Churchill Osayande

jun 27, 2011   //   by Stichting Intercity   //   Nieuws  //  No Comments

Churchill Osayande heeft een boodschap. “Ik schrijf teksten voor rap- en hiphopliedjes, die ik samen met mijn vrienden zing. Nu schrijf ik in het Engels, maar ik wil dat Nederlandse mensen mij ook begrijpen. Ik hoop dat het me lukt om over een half jaar mijn teksten in het Nederlands te schrijven. Ik schrijf over mezelf, dat ik van mensen houd en dat ik mensen wil helpen. Dat is mijn boodschap.”


Als je Churchill ontmoet, begrijp je meteen dat je niet met een doetje te maken hebt. Hij is een grote sterke vent van minstens een meter vijfentachtig en hij weegt zeker negentig kilo. Zijn hobby is kickboxen. Het gaat in deze sport niet alleen om techniek en uithoudingsvermogen, je moet ook flink kunnen incasseren. Maar dat is zijn hobby. In het dagelijkse leven draait het bij Churchill om heel andere zaken.

“Ik heb als vrijwilliger in het wijkcentrum van Bottendaal gewerkt. Samen met een vriend begeleidde ik groepen kinderen bij het maken van muziek. We leverden hun de beats voor rapliedjes en hielpen de kinderen om hierbij hun eigen teksten te maken. Daarna gingen we samen de studio in om de liedjes op te nemen. We hadden ook plannen om clips te gaan maken, maar dat is
uiteindelijk niet gelukt. Te weinig apparatuur, geen geld. Ik heb er wel veel van geleerd en misschien lukt het een volgende keer wel om de clips te maken.”

“Toen Intercity werd opgericht, was ik nog niet eens geboren. Ik ben 22 jaar geleden geboren in Binnincity in Nigeria. Toen mijn moeder 6 jaar geleden overleed, heeft mijn vader ons naar Nederland gehaald. Ik vond het niet zo moeilijk in Nederland. Ik kan goed met mensen omgaan en ik maak snel vrienden. Dat wil niet zeggen dat de Nederlandse taal gemakkelijk is aan te leren, vooral niet als je het goed wilt doen. Met mijn vrienden praat ik wel Nederlands, maar niet echt goed. Ze begrijpen me toch wel, ook al kloppen mijn zinnen niet helemaal. Soms sla ik dingen over, of ik gebruik andere woorden. In ieder geval is mijn taal niet goed genoeg om de opleiding te doen die ik graag wil doen. Daarom zit ik bij Intercity.”

“Ik ben begonnen in de internationale schakelklas, de ISK. Omdat ik graag met mensen wil werken, ging ik voor zorghulp leren bij het ROC. Na een jaar kon ik naar de opleiding voor helpende zorg en welzijn. Je leert er werken met mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, zoals ouderen, zieken of gehandicapten. Daar ben ik voor geslaagd, maar ik wil eigenlijk het liefst met kinderen of jongeren gaan werken. Sociaal pedagogisch werk dus en die opleiding is op niveau 3. Dat betekent dat je Nederlands al heel goed moet zijn. Bij het ROC is een ‘doorstroom- groep’ om je daarop voor te bereiden, maar het lukte me niet om mijn Nederlands voldoende te verbeteren. Het ROC adviseerde om bij Intercity taallessen te gaan volgen. Hier bereid ik me voor op het Staatsexamen Nederlands als tweede taal programma 1. Dat heb je nodig als je hogerop wilt en een MBO-opleiding wilt volgen. Het voordeel van de lessen bij Intercity is dat we in kleine groepjes werken en dat de docent meer tijd en aandacht heeft voor mijn taalproblemen. Ook krijg ik meer uren taalles en dat is goed voor mij. Als het aan mij lag, zou ik het liefst elke dag taalles hebben! Voor de onderdelen spreken en schrijven ben ik inmiddels geslaagd. Nu lezen en luisteren nog.”

“Volgens mij bestaat Intercity nog wel over 25 jaar. Er komen mensen naar Nederland en die moeten de taal toch ook leren? Maar zelf heb ik dan geen taalles meer nodig, hoop ik. Ik weet het eigenlijk niet, het is nog zo ver weg. Dan ben ik al ouder dan veertig! Ik weet niet eens wat ik straks precies zal worden. Ik hoop in ieder geval dat ik mijn MBO-diploma Sociaal Pedagogisch Werken (SPW) zal halen en dat ik een mooi beroep kan kiezen, waarin ik met jongeren kan werken.”

Leave a comment