Anis Hassani
Anis Hassani heeft niet zoveel tijd voor een interview. Haar dagen zijn gevuld met haar kinderen en kleinkinderen, ze zit op computercursus en ze gaat twee keer per week naar taalles. En, ze vergeet het bijna te vertellen, elke vrijdag gaat ze zwemmen. Niet elke zeventigjarige staat zo actief als Anis midden in de maatschappij. Op een dinsdagmiddag na haar taalles wil ze wel iets over zichzelf vertellen.
“Ik woonde in Kaboel met mijn man en kinderen en veertien jaar geleden zijn we naar Nederland gevlucht. Ik ben de naam
van het asielzoekerscentrum vergeten, maar het was hier niet zo heel ver vandaan. We konden gelukkig in de buurt blijven en in Nijmegen gaan wonen. Natuurlijk was het moeilijk in het begin. Voor de eerste keer alleen in een vreemd land, met zo’n moeilijke taal. Maar wij zijn goed ontvangen in Nijmegen. Mijn ervaring is dat de mensen in Nijmegen vriendelijk zijn voor mensen uit Afghanistan.”
“In het begin kon ik niet met anderen praten. Dat deed ik via de kinderen. Zij gingen naar school en leerden al snel de taal. De ouders van een vriendinnetje van mijn dochter hebben mij veel geholpen en ook de buren probeerden met mij te praten. Maar ik ging pas laat op taalles, om lezen en schrijven te leren en beter Nederlands te spreken natuurlijk. Ik kende Intercity toen nog niet. Ik ging voor taalles eerst naar Hatert, naar het wijkcentrum. Daar hoorde ik van een project dat Zafirah heette en dat door Intercity en de stichting Vluchtelingen en Nieuwkomers Zuid Gelderland (V&NZG) werd georganiseerd in Wijkcentrum Dukenburg. Dat was niet alleen dichterbij, maar ik kon er ook meer leren.”
“Zafirah, dat was niet alleen taalles. We kregen er ook sociale activering. We leerden van alles over de gemeente, het openbaar vervoer en allerlei instellingen. We hebben in die tijd ook heel veel gezien. We gingen naar Orientalis en naar het station, we hebben een boerderij bezocht en we zijn zelfs een keer naar de bowling geweest. En terwijl de kinderen gingen werken en studeren, leerde ik Nijmegen beter kennen. Voor de kinderen was het natuurlijk makkelijker. Zij leren snel. Maar ik, ik ben oud, voor mij is het heel moeilijk om Nederlands te leren.”
“Na twee jaar stopte de cursus bij Zafirah en ik ben verder gegaan met taalles bij Intercity. Ik wil meer leren. Ik wil goed met de buren kunnen praten, maar ook in winkels en ik vind het ook belangrijk dat ik aan de telefoon beter Nederlands spreek.
Mijn man trouwens ook, die volgt nu ook taalles bij Intercity, maar dan in een andere groep. Op een dag kwam er iemand in de les iets vertellen over het Creatief Centrum Nijmegen Zuid. Daar zijn we toen met de klas gaan kijken en ik heb me aangemeld voor een computercursus. Ik leer er nu typen en internetten. Bij Intercity oefenen we elke week met de computer.
Nu ik op computerles zit, kan ik ook zelf thuis oefenen. Intercity heeft mij ook geholpen met een taalmaatje. Dat is iemand met wie ik veel kan praten en die mij helpt met het huiswerk. Dat werkt heel goed en het is dan ook jammer dat mijn taalmaatje is gestopt. Ik hoop dat ik snel een nieuw maatje krijg.”
“Ik weet niet hoe het over 25 jaar zal gaan. Ik hoop dat het goed gaat met mijn kinderen. Ze wonen niet meer thuis, maar wij gaan ze vaak bezoeken en als er iemand ziek is, gaan we helpen. Iedereen is bezig met werk of studie. Een dochter is tandarts en een is tandartsassistente. Mijn zoon wordt ingenieur en de jongste dochter studeert medicijnen. Ik heb al een kleinzoon, die óók tandarts is. De anderen zitten nog op school of studeren. Vier kinderen en veertien kleinkinderen, zo groot is mijn familie. Ik ben blij dat het zo goed met ze gaat. De toekomst, dat is de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen, hier in Nederland.”


