Meriem Al Hassani

jul 3, 2011   //   by Stichting Intercity   //   Nieuws  //  No Comments

Meriem Al Hassani hoeft niet na te denken. “Ik zou niet in een andere stad willen wonen. Nijmegen is mooi, rustig en… nieuw. De oudste stad van Nederland, maar toch nieuw. Veel wijken, straten en gebouwen lijken veel nieuwer dan die van andere steden waar ik wel eens kom.”


“Het is allemaal snel gegaan. Ik woon hier nu dertien jaar. Ik was nog maar drie maanden toen mijn vader moest vluchten uit Irak. In 1985 vertrokken mijn ouders vanuit Dubai naar Spanje. Dus toen Intercity werd opgericht, woonden wij net in Spanje. In 1997 ben ik getrouwd en naar Nijmegen verhuisd. Ik kende verder niemand. Ik sprak Arabisch, Spaans en Engels, maar geen Nederlands. Ik moest erg wennen. De sfeer in Spanje was zó anders. Daar leven de mensen veel meer buiten. Ze lopen op straat, praten met iedereen die ze tegenkomen, de deur staat altijd open. In Nederland zag ik bijna niemand buiten en ’s avonds gingen de gordijnen dicht en waren de straten stil.”

“Ik wilde snel gaan werken, maar ik sprak geen Nederlands en had weinig contacten. Ik ben toen een cursus gaan volgen bij het ROC, maar dat
werd geen succes. In die tijd waren daar grote groepen, de lesmethode paste niet bij mij, het ging gewoon niet goed. Ik was zwanger en na de geboorte van mijn kind ging ik opnieuw op zoek. Een vriendin vertelde dat er in Meijhorst, in Wijkcentrum Dukenburg, taalcursussen werden gegeven. En zo kwam ik bij Intercity terecht. Ik startte in een beginnersgroepje en vooral het lezen en schrijven vorderde snel. Maar toen vond ik een baan en ik kon de cursus helaas niet combineren met het werk. Het was een baan in een internationaal bedrijf waar bijna iedereen Engels sprak. Na een jaar sprak ik dus nog steeds geen woord Nederlands en ik meldde me opnieuw aan bij Intercity. Ik vond Nederlands moeilijk en het spreken ging me slecht af. Maar ik zat in een klein groepje waarin je je niet kon verschuilen. We zaten allemaal in hetzelfde schuitje en konden zoveel fouten maken als we wilden (of eigenlijk niet wilden!). Intussen spraken we wel twee uur achter elkaar Nederlands met elkaar. Dat heeft me veel geholpen en ik ging snel vooruit. Ik kreeg meer zelfvertrouwen en de cursus werd steeds leuker om te doen. Op een gegeven moment heb ik mijn man overgehaald om zich ook in te schrijven!

We leerden bij Intercity niet alleen de Nederlandse taal, maar maakten ook kennis met de Nederland- se samenleving. We lazen erover, we spraken er samen over en we gingen af en toe op excursie. Toen mijn baan stopte, werd ik bij Intercity ook gestimuleerd om aan de slag te blijven. Intercity vroeg me zelfs of ik vrijwilligerswerk wilde komen doen. Dat heb ik met twee handen aangegrepen. Uiteindelijk heb ik een niveau bereikt waarmee ik niet alleen in sociale contacten, maar ook bij instanties en in mijn werk met iedereen uitstekend kan communiceren. Dat moet ook wel, want ik werk nu als hoofd van de administratie bij… Intercity! Ik schrijf brieven en e-mails, beant- woord vragen van bezoekers en regel intakes van nieuwe cursisten. Maar ik ben ook verantwoorde- lijk voor onze databestanden, het bijhouden van de boekhouding en de financiële rapportages.

Ik werk nieuwe administratieve medewerkers in en begeleid stagiaires die een administratieve opleiding volgen. Ik verdeel de werkzaamheden en houd de voortgang in de gaten. En nu doe ik ook de administratie van het bedrijf van mijn man.”

“Administratief werk past bij mij. Ik vind de administratie een heel belangrijk onderdeel van een bedrijf of organisatie. Niet alleen de financiële zaken moeten goed worden bijgehouden. In de hele organisatie moeten dingen goed geregeld zijn. Of het nu gaat om de planning van de leslokalen of de uitnodiging voor het medewerkersoverleg, over de aanwezigheid van een pc of het betalen van de rekeningen, als de administratie niet in orde is, stort uiteindelijk alles in. Over vijfentwintig jaar? Ik hoop dat ik dan nog steeds bij Intercity werk!”

Leave a comment