Mohammad Andishmand

jul 3, 2011   //   by Stichting Intercity   //   Nieuws  //  No Comments

“Vrijheid en democratie, dat trof ik aan in Nederland. Ik kwam in een heel vreemd plat en nat land. Nederland en Afghanistan zijn in alles verschillend.”
Mohammad Andishmand is een bekende naam in Afghanistan. Hij schreef een boek over de Afghaanse geschiedenis. Hij werkte als verslaggever voor weekbladen en radioprogramma’s en hij publiceert artikelen op internet. Als je het Farsi machtig bent en je googlet zijn naam, dan zie je een stroom aan publicaties. In 1998 moest hij vluchten voor de Taliban en kreeg hij politiek asiel in Nederland. Hier probeerde hij een nieuw bestaan op te bouwen.


“Het was in het begin heel moeilijk. Ik was gevlucht en mijn vrouw en
kinderen waren nog in Afghanistan. Ik deed er alles aan om ze hier te krijgen en kon aan weinig anders denken. In het asielzoekers- centrum leerde ik een klein beetje Nederlands. Als je geen Nederlands praat, dan sta je buiten de maatschappij. De mensen hebben vaak geen tijd om naar je te luisteren wanneer je iets wilt uitleggen. De taal leren ging moeizaam, omdat het systeem niet echt voor oudere mensen is gemaakt. Kinderen leren snel, zij komen in een klas en werken en leren samen. Bij het ROC moest ik in één jaar alles leren in een klas met allerlei nationaliteiten en leeftijden. Ik kon weinig contact maken en moest alles uit de boeken leren. Dat lukte niet in die korte periode. Mijn contactpersoon bij de sociale dienst zorgde ervoor dat ik naar Intercity kon. Maar binnen een jaar ging ik tijdelijk terug naar Afghanistan.”

“De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vroeg mij of ik mee wilde werken aan een project voor de ontwikkeling van Afghanistan. Natuurlijk wilde ik dat. Met collega’s uit Amerika en Europa ben ik twee keer een half jaar naar Afghanistan gegaan om ondersteuning en advies te geven. Binnenkort ga ik er weer drie maanden naartoe. Ik ga advies geven aan de senaat over de manier waarop die moet omgaan met de media. ‘Hoe moet je een boodschap overbrengen, hoe moet je rapporteren over de dingen die je doet?’ Dit is de belangrijkste opdracht, maar er ligt nog een vraag en die gaat over het schrijven van wetten die het parlement maakt. ‘Hoe kun je ervoor zorgen dat wetten begrijpelijk worden opgeschreven en dat ze allemaal op dezelfde manier in het wetboek komen?’ Dit werk is belangrijk voor mij en voor mijn land. Maar intussen wonen mijn vrouw en kinderen hier in Nederland.”

“Mijn dochter is getrouwd, mijn jongste zoon zit in 5 HAVO en een andere zoon werkt in Wijchen op het gemeentehuis. Eén zoon studeert geneeskunde en de andere politicologie. Ik blijf dus in Nederland en probeer nog steeds de taal te leren. Ik moet met de mensen kunnen praten.”
“Na mijn eerste bezoek aan Afghanistan, vervolgde ik mijn taalles bij Intercity. Toen ik te horen kreeg dat ik het inburgeringsexamen moest afleggen, ben ik hier ook die opleiding gaan volgen. In het inburgeringsprogramma van Intercity zit ook een stage. Ik sprak met Judith, de stagecoördinator en zij vond voor mij een passende plek in de patiëntenbibliotheek van het UMC Radboud. Eindelijk kwam ik wat meer in contact met Nederlanders. Aan het einde van mijn stageperiode vroeg ik Judith of ik niet kon blijven.

Zij heeft ervoor gezorgd dat ik er vrijwilligerswerk kon gaan doen. Ik werk nu al drie jaar in de patiëntenbibliotheek. Het is prettig om er te werken en om collega’s te hebben en ik heb nu de mogelijkheid om meer te praten. Maar soms is de taal toch nog een probleem en gelukkig heeft Judith steeds contact met mij gehouden. Zij heeft nu met mijn vrijwilligerscoördinator afgesproken dat ik weer terug mag naar Intercity. De combinatie van taalles en praten met collega’s moet ervoor zorgen dat ik het Nederlands beter ga beheersen. Daar heb ik in mijn andere vrijwilligerswerk straks ook voordeel van. Bij Het Inter-Lokaal help ik mensen uit Afghanistan bij het oplossen van hun problemen. Ik geef ze advies of ik verwijs ze door naar de juiste instantie of naar een collega. Als mijn Nederlands goed is, kan ik natuurlijk meer zelf doen.”

“Hoe het over vijfentwintig jaar zal zijn? Ik kan alleen maar hopen. Ik wil graag met mijn vrouw in een veilig en democratisch Afghanistan wonen, waar vrede heerst en waar geen buiten- landse troepen nodig zijn. Maar onze kinderen zijn Nederlandse kinderen geworden. Zij wonen en werken in Nederland. Misschien gaan we zonder hen terug, wanneer het zover is.”

Leave a comment